Alles wat u moet weten bij het gebruik van een neus-darmsonde met voedingspomp (intermitterend)
Van veilig toedienen tot klachten en langer van huis gaan met sondevoeding. Kortom, een uitgebreide gids om het gebruik van sondevoeding vanuit huis zo makkelijk en zorgeloos mogelijk te maken.
Vind op deze pagina alles over:
Hoe dien ik sondevoeding toe?
U heeft een neus-darmsonde, waarbij de sondevoeding verdeeld over de dag (intermitterend) via een voedingspomp wordt toegediend. Lees hier alles over de toediening van sondevoeding.
Was uw handen en droog deze met een schone handdoek. Zorg daarnaast voor een schone ondergrond om uw materialen op neer te leggen.
Voor het toedienen van de sondevoeding heeft u de volgende materialen nodig:
- een schone ENFit-spuit van minimaal 20 ml
- de voedingspomp en pompset
- pH-indicatorpapier
- een bekertje (lauw) water
- de verpakking sondevoeding
- tissues en/of een celmatje
Voordat u gaat starten met het toedienen van sondevoeding is het belangrijk om te controleren of de sonde op de juiste plek zit. Controleer daarom de sonde bij elke handeling aan uw neus-duodenumsonde. Bijvoorbeeld bij het aanhangen van nieuwe voeding of bij het toedienen van medicatie. Deze controle gaat als volgt:
Visuele controle
Controleer of de sonde nog goed vastzit met de pleister aan de neus. Let erop of de sonde niet is verschoven. U kunt dit controleren door te kijken of het aantal centimers dat uit de neus komt overeenkomt met wat in uw gegevens staat. Of, als de sonde gemarkeerd is, of het streepje nog op dezelfde plek zit als bij het inbrengen, dat is meestal waar de sonde zichtbaar wordt.
Twijfelt u over de ligging van de sonde, of heeft u gehoest, geniesd of gebraakt? Neem dan contact op met uw arts of sondevoedingsverpleegkundige . Doe dit ook bij benauwdheid, blauwverkleuring van de huid, pijn, ernstig ongemak, zweten en/of angst. Probeer de sonde niet zelf terug te plaatsen!
Geen klachten? Dan kunt u veilig voeding toedienen. Spuit de sonde door met 20 - 50 ml (lauw) water en start de voeding.
Het is belangrijk dat u de juiste hoeveelheid voeding toedient. Daarom heeft uw arts of diëtist aangegeven:
- welke totale hoeveelheid voeding u per dag nodig heeft.
- met welke snelheid u de voeding moet toedienen. Deze snelheid is aangegeven in aantal milliliter per uur.
Doorloop de volgende stappen om de voeding toe te dienen:
- Open de flip-top dop van de fles (of verwijder het paarse dopje van het Pack). Zorg dat de plusvormige poort niet met de vingers wordt aangeraakt om besmetting te voorkomen.
- De plusvormige connector (+) op de pompset dient verbonden te worden met de plusvormige poort (+) op de fles of Pack. Druk de pompset door de seal voordat het systeem wordt vastgedraaid.
- Zet de fles of Pack in de standaard (of frame) van de voedingspomp of hang deze aan de infuuspaal.
- Sluit de pompset aan op de voedingspomp, volgens de gebruiksaanwijzing van de pomp.
- Nadat de pompset gevuld is met sondevoeding, sluit u deze aan op uw sonde.
- Vervolgens stelt u de gewenste hoeveelheid in en kunt u de pomp starten.
Verwisselen fles of Pack
Voer de volgende stappen uit:
- Was uw handen.
- Spoel de sonde met 20 tot 50 ml (lauw) water. Gebruik hiervoor een ENFit-spuit van minimaal 20 ml op de medicatiepoort van de pompset.
- Schroef de pompset los van de fles of Pack.
- Open de flip-top dop van de nieuwe fles of verwijder het dopje van het Pack, plaats de pompset recht op de nieuwe verpakking en schroef deze goed vast. Zet de fles of Pack in het frame van de voedingspomp of hang deze aan de infuuspaal.
- Sluit de pompset aan op de voedingspomp, volgens de gebruiksaanwijzing van de pomp.
- Nadat de pompset gevuld is met sondevoeding, sluit u deze aan op uw sonde.
- Vervolgens stelt u de gewenste hoeveelheid in en kunt u de pomp starten.
Let op: koppel de sonde niet onnodig van de pompset af. Ook niet als er een periode zit tussen de toediening van 2 verpakkingen. Als afkoppelen toch tijdelijk gewenst is - bijvoorbeeld voor de bewegingsvrijheid - sluit dan de pompset altijd af met het daarvoor bestemde afsluitdopje.
Onderbreking van de toediening
Het is aan te bevelen om de toediening niet te onderbreken. Mocht dat toch nodig zijn, volg dan de volgende stappen:
- Stop de toediening door de pomp te pauzeren en eventueel uit te zetten.
- Verwijder het beschermdopje van de medicatiepoort.
- Spoel de sonde door minimaal 20-50 ml (lauw) water in te spuiten
- Schroef het beschermdopje opnieuw op de medicatiepoort.
- Maak het pompset los van de sonde en plaats het beschermdopje op de connector van het pompset.
- Sluit de connector van de sonde.
- Laat de fles of Pack hangen als deze nog niet leeg is.
Om de sondevoeding opnieuw te starten: spuit het pompset via de medicatiepoort door met 20-50 ml (lauw) water. Doe dit ook met de sonde. Koppel het pompset aan de sonde en start vervolgens de pomp.
Hoe dien ik medicatie toe?
Wanneer slikken onmogelijk of erg moeilijk is, moeten geneesmiddelen vaak via de sonde gegeven worden. Echter, niet alle geneesmiddelen kunnen of mogen door de sonde gegeven worden. Bespreek daarom altijd met uw arts en apotheker welke mogelijkheden er voor u zijn.
- Dien medicatie uitsluitend toe via de medicatiepoort en nooit aan de sondevoeding zelf.
- Gebruik hiervoor afhankelijk van de toe te dienen hoeveelheid medicatie, een speciale kleine ENFit-spuit of een grotere ENFit-spuit van 10 of 20 ml.
- Spoel de sonde vóór en na de toediening met minimaal 20-50 ml (lauw) water.
- Geef de voorkeur aan een vloeibaar geneesmiddel; indien dit niet mogelijk is, moeten pillen zo fijn mogelijk verpulverd en met (lauw) water vermengd worden. Uw apotheker kan hierbij helpen.
- Siropen moeten ook verdund worden. Uw apotheker kan hierbij helpen.
- Spoel de gebruikte ENFit-spuit zeer grondig uit.
- Pas eventueel het pompset aan wanneer het geneesmiddel nuchter moet worden ingenomen.
- Raadpleeg altijd uw arts en apotheker.
Hoe verzorg ik mezelf en de materialen?
Het gebruik van sondevoeding vraagt een goede hygiëne en een goede verzorging. Zowel van uzelf als van uw materialen. Mogelijk heeft u daarvoor hulp van een verpleegkundige. Zo verzorgt u uzelf en uw materialen:
Uw eigen verzorging
Als er niet via de mond gegeten wordt, kunnen er in de mond toch bepaalde ongemakken optreden. Het lichaam is namelijk gemaakt om wel gewoon te eten en drinken. Het is daarom erg belangrijk om voor een goede mondverzorging te zorgen, zelfs als er niets meer gegeten of gedronken wordt.
- Poets dagelijks de tanden (en de tong) met een tandenborstel.
- Voorkom uitdroging van de lippen door het aanbrengen van lippenbalsem.
- Houd de mond vochtig door bv. te zuigen op kleine ijsblokjes, door te spoelen met (lauw) water of de lippen te bevochtigen met een vochtig wattenstaafje.
- Raadpleeg onmiddellijk de tandarts bij tandpijn of ontstoken tandvlees.
Omdat de sonde op 1 plek zit, kan er irritatie aan de neus ontstaan. Doe daarom elke dag het volgende:
- Verwijder de kleefpleister die de sonde aan de neus bevestigt en controleer de huid op irritatie. Neem in dat geval contact op met uw arts of verpleegkundige.
- Reinig regelmatig de neus.
- Indien u de sonde van neusgat wenst te veranderen, raadpleeg dan uw arts of verpleegkundige.
Verzorging van de materialen
Een goede hygiëne is - net als bij gewone voeding - zeer belangrijk bij sondevoeding. Als materialen niet tijdig vervangen of goed doorgespoeld worden of als u bijvoorbeeld voor het toedienen niet de handen wast, kunnen bacteriën gaan groeien. Hanteer de volgende richtlijnen voor het verzorgen van de materialen:
- Vervang de pompset elke 24 uur om een nauwkeurige toediening te garanderen en het systeem schoon te houden. Op die manier wordt ook vermeden dat bacteriën in de voeding terecht komen.
- De pompset is steriel bij aankoop. Het is onmogelijk om de pompset en ander materiaal na gebruik te hersteriliseren. Een hygiënische aanpak is belangrijk.
De ENFit-spuit, gebruikt voor de toediening van medicatie, vóór en na gebruik grondig spoelen met (lauw) water. Deze vervangen zoals aanbevolen door de producent en/of advies van de arts.
- Spuit de sonde altijd door met 20-50 ml (lauw) water voor en na toediening van sondevoeding of medicatie en ten minste iedere 8 uur om verstopping van de sonde te voorkomen.
- Gebruik een enterale spuit (van minimaal 20 ml) om de sonde gecontroleerd door te spuiten.
- Forceer niets. Bij weerstand, stop de procedure en raadpleeg de arts. Controleer de positie van de sonde voor gebruik en iedere keer dat een nieuwe voedingsverpakking gestart wordt, bij twijfel over de juiste positie van de sonde en in ieder geval iedere 8 uur.
Bewaren fles of Pack
Sondevoeding is gesteriliseerd en moet goed bewaard worden:
- Gesloten verpakkingen dienen op kamertemperatuur bewaard te worden.
- Geopende verpakkingen kunnen, gekoppeld aan de pompset, 24 uur op kamertemperatuur gebruikt worden. Wanneer er geen pompset op zit, dient de geopende verpakking in de koelkast bewaard te worden.
- Gebruik geen verpakkingen die langer dan 24 uur open zijn.
Weg van huis met sondevoeding
- Dagelijkse activiteiten
- Langer van huis of op vakantie
Bij het gebruik van sondevoeding is het heel goed mogelijk om uw dagelijkse activiteiten te blijven doen. Tijdens uitstapjes kunt u uw voeding, toedieningsmaterialen en pomp meenemen in een speciale rugzak, waardoor u de sondevoeding overal kunt toedienen. Gebruik dan wel een pompset (zonder druppelkamer) welke past in de rugzak.
Tip: probeer ook uw sondevoeding toe te dienen op het moment dat er wordt gegeten. Zo geniet u van de geuren en het moment van samen zijn tijdens de maaltijd.
Wat kan ik doen bij klachten?
Het kan zijn dat u bij het gebruik van sondevoeding klachten ervaart. Dit kan verschillende oorzaken hebben en ligt lang niet altijd aan de voeding. In het uitklapmenu hieronder vindt u oorzaken en oplossingen voor mogelijke problemen.
Mogelijke oorzaak 1: slecht verpulverde geneesmiddelen of verzuurde voeding. Mogelijke oorzaak 2: Sonde niet voldoende doorgespoten.
Oplossing: trek met een ENFit-spuit zoveel mogelijk voeding op uit de sonde. Spuit de sonde door met lauw water. Herhaal dit. Neem contact op met uw arts of sondevoedingsverpleegkundige als bovenstaande maatregelen niet helpen.
Mogelijke oorzaak: door hoesten of abrupte bewegingen kunnen sondes verplaatsen.
Oplossing: plaats een verplaatste sonde nooit terug! Neem contact op met uw arts of sondevoedingsverpleegkundige.
- Mogelijke oorzaak 1: de pompset wordt te lang gebruikt.
Oplossing 1: vervang de pompset.
- Mogelijke oorzaak 2: de pompset niet stevig genoeg of schuin geschroefd.
Oplossing 2: schroef de dop correct aan.
Neem indien nodig contact op met uw arts of sondevoedingsverpleegkundige.
- Mogelijke oorzaak 1: Volledig plat liggen.
Oplossing 1: Neem een (half) zittende houding aan.
- Mogelijke oorzaak 2: De sonde is verplaatst.
Oplossing 2: Neem bij twijfel contact op met uw ziekenhuis.
- Mogelijke oorzaak 1: De sonde is verplaatst naar de maag.
Oplossing 1: Neem bij twijfel contact op met uw ziekenhuis.
- Mogelijke oorzaak 2: sondevoeding te koud toegediend, bijvoorbeeld doordat deze uit de koelkast komt en nog te koud is.
Oplossing 2: laat de sondevoeding eerst op kamertemperatuur komen.
- Mogelijke oorzaak 3: sondevoeding te snel opgestart of toegediend.
Oplossing 3: controleer de instelling van de pomp en het voorschrift van uw arts of diëtist. Neem een paar minuten rust totdat de klachten zijn verdwenen en start de sondevoeding weer met de juiste snelheid op.
- Mogelijke oorzaak 4: mogelijk verkeerde toediening van sondevoeding.
Oplossing 4: stop de sondevoeding en neem contact op met uw arts.
Mogelijke oorzaak: oorzaak door de behandelende arts te bepalen.
Oplossing: neem contact op met uw arts.
- Mogelijke oorzaak 1: te geringe vochtinname.
Oplossing 1: neem contact op met uw arts.
- Mogelijke oorzaak 2: er wordt sondevoeding zonder voedingsvezels* gebruikt.
Oplossing 2: bespreek de mogelijkheden van sondevoeding met voedingsvezels.
*Voedingsvezels (vezels) worden aanbevolen tenzij er een contra-indicatie is. Voedingsvezels dragen bij aan een goede spijsvertering en darmwerking.
- Mogelijke oorzaak 1: te snelle toediening.
Oplossing 1: respecteer de voorgeschreven toedieningssnelheid.
- Mogelijke oorzaak 2: te lang gebruikte pompset.
Oplossing 2: gebruik een nieuwe pompset.
- Mogelijke oorzaak 3: verteringsstoornis.
Oplossing 3: neem contact op met uw arts of contactpersoon in het ziekenhuis.
- Mogelijke oorzaak 4: medicatie.
Oplossing 4: neem contact op met uw arts.
- Mogelijke oorzaak 5: te koude voeding.
Oplossing 5: dien sondevoeding toe op kamertemperatuur.
- Mogelijke oorzaak 6: er wordt sondevoeding zonder vezels of met een beperkt aantal vezels gebruikt.
Oplossing 6: bespreek de mogelijkheden van een sondevoeding met vezels en van een voeding met een optimale vezelmix en toedieningssnelheid.
Overstappen naar andere voeding
Uw arts of diëtist heeft berekend hoeveel en welke voeding het beste bij u past. Neem daarom altijd contact op als u iets wilt veranderen.
Als u iets gaat veranderen, doe dit dan geleidelijk en volg het schema dat u van uw arts of diëtist ontvangt nauwkeurig op.
Met sondevoeding kunt u gewoon op vakantie of uitstapjes maken. Als u langer wegblijft, is het wel verstandig alles mee te nemen dat voor het toedienen van uw sondevoeding nodig is. Met deze checklist weet u zeker dat u alles meeneemt en kunt u onbezorgd van huis gaan:
- sondevoeding
- medicatie
- (lauw) water (om te spoelen)
- ENFit-spuit(en)
- voedingspomp en pompset(s) (en eventueel speciale rugzak)
- reservesonde
- handdoek, tissues, wattenstaafjes
- pleister(s)
- reinigings- en/of ontsmettingsmiddelen voor de huid
- spoelmiddel voor de mond, lippenbalsem
- contactgegevens van de arts of diëtist
Op vakantie met sondevoeding
Gaat u op vakantie? Dan kunt u uw sondevoeding meenemen naar uw bestemming, op welke manier u ook reist.
Let er op dat bij reizen in de auto uw sondevoeding niet in de volle zon staat.
Reist u met het vliegtuig, houd er dan rekening mee dat het in het laadruim van het vliegtuig kan vriezen. Bevroren sondevoeding kan na ontdooien van structuur veranderen en tot verstopping van de sonde leiden. Vraag bij uw vliegtuigmaatschappij of er andere mogelijkheden zijn om uw sondevoeding mee te nemen, vaak is dit het geval. Daarnaast is het zinvol na te vragen of er speciale reisdocumenten nodig zijn, bijvoorbeeld voor ontheffing van overbagage. Uw arts kan indien gewenst een medische verklaring afgeven.
Wanneer u wilt weten of uw voeding op uw vakantiebestemming verkrijgbaar is, kunt u contact opnemen met uw leverancier of de fabrikant van uw voeding. Neem ook contact op met uw zorgverzekeraar om te vragen of sondevoeding die u in het buitenland koopt, vergoed wordt.
Wat kan ik doen bij klachten?
Het kan zijn dat u bij het gebruik van sondevoeding klachten ervaart. Dit kan verschillende oorzaken hebben en ligt lang niet altijd aan de voeding. In het uitklapmenu hieronder vindt u oorzaken en oplossingen voor mogelijke problemen.
Mogelijke oorzaak 1: slecht verpulverde geneesmiddelen of verzuurde voeding.
Mogelijke oorzaak 2: Sonde niet voldoende doorgespoten.
Oplossing: spuit de sonde door met lauwwarm water met een spuit van minimaal 20 ml. Pomp daarbij zachtjes heen en weer en gebruik niet teveel kracht om schade aan de sonde te voorkomen. Indien de verstopping zichtbaar is, kan de sonde op de betreffende plek voorzichtig gemasseerd of gekneed worden. Neem contact op met uw arts of sondevoedingsverpleegkundige als bovenstaande maatregelen niet helpen. Gebruik geen koolzuurhoudende dranken om de sonde door te spoelen, omdat dit de voeding kan laten schiften en de verstopping kan vergroten.
Mogelijke oorzaak: door hoesten of abrupte bewegingen kunnen sondes verplaatsen.
Oplossing: als de sonde is verschoven en niet meer in het duodenum zit: stop direct met het geven van voeding. Probeer de sonde niet zelf terug te plaatsen! Neem contact op met uw arts of sondevoedingsverpleegkundige. Let op signalen zoals hoesten, benauwdheid, misselijkheid of voeding die terugloopt in de mond — dit kan wijzen op een verkeerde positie van de sonde
Mogelijke oorzaak 1: de pompset wordt te lang gebruikt.
Oplossing 1: vervang de pompset.
Mogelijke oorzaak 2: de pompset niet stevig genoeg of schuin geschroefd.
Oplossing 2: schroef de dop correct aan.
Neem indien nodig contact op met uw arts of sondevoedingsverpleegkundige.
Mogelijke oorzaak 1: De sonde is verschoven
Oplossing: als de sonde is verschoven en niet meer in het duodenum zit: stop direct met het geven van voeding. Probeer de sonde niet zelf terug te plaatsen! Neem contact op met uw arts of sondevoedingsverpleegkundige
Mogelijke oorzaak 1: de sonde is verschoven naar de maag.
Oplossing 1: als de sonde is verschoven en niet meer in het duodenum zit: stop direct met het geven van voeding. Probeer de sonde niet zelf terug te plaatsen! Neem contact op met uw arts of sondevoedingsverpleegkundige.
Mogelijke oorzaak: oorzaak door de behandelende arts te bepalen.
Oplossing: neem contact op met uw arts.
Mogelijke oorzaak 1: te geringe vochtinname.
Oplossing 1: neem contact op met uw arts.
Mogelijke oorzaak 2: er wordt sondevoeding zonder voedingsvezels* gebruikt.
Oplossing 2: bespreek de mogelijkheden van sondevoeding met voedingsvezels.
*Voedingsvezels (vezels) worden aanbevolen tenzij er een contra-indicatie is. Voedingsvezels dragen bij aan een goede spijsvertering en darmwerking.
Mogelijke oorzaak 1: te snelle toediening.
Oplossing 1: respecteer de voorgeschreven toedieningssnelheid.
Mogelijke oorzaak 2: te lang gebruikte pompset.
Oplossing 2: gebruik een nieuwe pompset.
Mogelijke oorzaak 3: verteringsstoornis.
Oplossing 3: neem contact op met uw arts of contactpersoon in het ziekenhuis.
Mogelijke oorzaak 4: medicatie.
Oplossing 4: neem contact op met uw arts.
Mogelijke oorzaak 5: te koude voeding.
Oplossing 5: dien sondevoeding toe op kamertemperatuur.
Mogelijke oorzaak 6: er wordt sondevoeding zonder vezels of met een beperkt aantal vezels gebruikt.
Oplossing 6: bespreek de mogelijkheden van een sondevoeding met vezels en van een voeding met een optimale vezelmix en toedieningssnelheid.
Overstappen naar andere voeding
Uw arts of diëtist heeft berekend hoeveel en welke voeding het beste bij u past. Neem daarom altijd contact op als u iets wilt veranderen.
Als u iets gaat veranderen, doe dit dan geleidelijk en volg het schema dat u van uw arts of diëtist ontvangt nauwkeurig op.
Nutricia Medische Voedingsservice
Voor patiënten en zorgprofessionals met vragen over het medische portfolio van Nutricia.
We zijn bereikbaar van maandag t/m vrijdag, tussen 08.30 en 17.00 uur en helpen u graag!