Alles wat u moet weten bij het gebruik van een Button-sonde via zwaartekrachtsysteem (continu)

Van veilig toedienen tot klachten en langer van huis gaan met sondevoeding. Kortom, een uitgebreide gids om het gebruik van sondevoeding vanuit huis zo makkelijk en zorgeloos mogelijk te maken.

Vind op deze pagina alles over:

Hoe dien ik sondevoeding toe?

U heeft een Button-sonde waarbij de sondevoeding continu (met soms een enkele onderbreking gedurende de dag) direct in uw maag via een zwaartekrachtsysteem wordt toegediend. Lees hier alles over de toediening van sondevoeding.

Was uw handen en droog deze met een schone handdoek. Zorg daarnaast voor een schone ondergrond om uw materialen op neer te leggen.

Voor het toedienen van de sondevoeding heeft u de volgende materialen nodig:

  • een schone ENFit-spuit van minimaal 20 ml

  • een bekertje (lauw) water

  • pH-indicatorpapier

  • het toedieningssysteem / Button-extensieset

  • de verpakking sondevoeding

  • tissues en/of een celmatje

Voordat u gaat starten met het toedienen van sondevoeding is het belangrijk om te controleren of de sonde op de juiste plek zit. Controleer daarom de Button-sonde bij elke handeling. Bijvoorbeeld bij het aanhangen van nieuwe voeding of bij het toedienen van medicatie. Dit gaat als volgt:

  1. Visuele controle:
    Controleer of de sonde zich niet heeft verplaatst. Bij twijfel over de ligging van de sonde of bij hoesten, niezen, braken voer altijd stap 2 uit. Is hier geen sprake van, dan kunt u direct door naar stap 3.

  2. Controleer of de sonde in de maag zit:

a. Plaats de Button-extensieset op de Button-sonde.
b. Zet een lege ENFit-spuit op de Button-extensieset of op de medicatiepoort van de pompset en zuig een beetje maagvocht op.
c.Druppel het maagvocht op het indicatorpapier.
d.Controleer via de kleur van het indicatorpapier of de pH lager is dan 5,5. In dat geval ligt de sonde goed. Als u maagzuurremmers gebruikt (zoals Gaviscon of Maalox), dan zal de pH hoger zijn dan 5,5. In dat geval kunt u, indien drinken is toegestaan, eerst een beetje limonade of frisdrank drinken. Hierdoor wordt de zuurgraad in uw maag tijdelijk verlaagd. Als u het bepalen van de pH waarde herhaalt zit de pH nu mogelijk wel onder de grenswaarde. Neem contact op met uw arts of verpleegkundige als uw sonde niet goed op zijn plaats zit of als u een pH-waarde meet die hoger is dan 5,5. Ook bij benauwdheid, blauwverkleuring van de huid, hoesten, pijn, ernstig ongemak, zweten en/of angst direct contact opnemen met uw arts.
 

       3. Indien de sonde goed ligt: spuit de sonde door met 20 - 50 ml (lauw) water.

 

Het is belangrijk dat u de juiste hoeveelheid voeding toedient. Daarom heeft uw arts of diëtist aangegeven:

  • Welke totale hoeveelheid voeding u per dag nodig heeft.
  • Met welke snelheid u de voeding moet toedienen. Deze snelheid is aangegeven in aantal druppels per minuut of aantal milliliter per uur.

Bij (zeer) trage toediening kan een voedingspomp aangewezen zijn.

Doorloop de volgende stappen om de sondevoeding toe te dienen:

  1. Sluit de Button-extensienset aan op de Button-sonde.
  2. Open de flip-top dop van de fles (of verwijder het paarse dopje van het Pack. Zorg dat de plusvormige poort niet met de vingers wordt aangeraakt om besmetting te voorkomen..
  3. De plusvormige connector (+) op het toedieningssysteem dient verbonden te worden met de plusvormige poort (+) op de fles of het Pack. Druk het toedieningssysteem door de seal voordat het systeem wordt vastgedraaid.
  4. Sluit de rolregelklem door het rolletje omlaag te schuiven.
  5. Bevestig de sondevoedingsverpakking aan een standaard of haak ongeveer 1 meter boven de hoogte waarop uw maag zich bevindt.
  6. Vul de druppelkamer voor maximaal 1/3 met voeding, door erin te knijpen.
  7. Open de rolregelklem en verwijder het beschermdopje onderaan het toedieningssysteem. Laat het toedieningssysteem tot het einde vollopen met voeding.
  8. Sluit de rolregelklem opnieuw en bevestig het toedieningssysteem aan de Button-extensieset door de connector in de Button-extensieset te drukken en te draaien.
  9. Open de rolregelklem en tel het aantal druppels dat per 15 seconden in de druppelkamer loopt. Stel de rolregelklem bij totdat het aantal druppels per 15 seconden gelijk is aan uw voorschrift. Deel het aantal voorgeschreven ml per uur door 3 om het aantal druppels per minuut te krijgen. Deel dan dit aantal door 4 om het aantal druppels per 15 seconden te bepalen.

Onderbreking van de toediening

Het is aan te bevelen om de toediening niet te onderbreken. Mocht dat toch nodig zijn, doe dan het volgende:

  1. Stop de toediening van sondevoeding door de rolregelklem te sluiten.
  2. Verwijder het beschermdopje van de medicatiepoort.
  3. Spoel de sonde door minimaal 20-50 ml (lauw) water in te spuiten.
  4. Schroef het beschermdopje opnieuw op de medicatiepoort.
  5. Maak het toedieningssysteem los van de Button-extensieset en plaats het beschermdopje op de connector van het toedieningssysteem.
  6. Het toedieningssysteem kan achteraan de rolregelklem bevestigd worden door deze in het daarvoor bestemde gleufje te schuiven.
  7. Verwijder de Button-extensieset en sluit de connector van de sonde.
  8. Laat de fles of het Pack hangen als deze nog niet leeg is.

Om sondevoeding opnieuw te starten: het toedieningssysteem opnieuw aan de Button-extensieset koppelen en spoelen met 20-50 ml (lauw) water. De juiste toedieningssnelheid opnieuw instellen.
 

Verwisselen fles of Pack

Voer de volgende stappen uit:

  1. Was uw handen.
  2. Draai de rolregelklem dicht.
  3. Spoel de sonde met 20 tot 50 ml (lauw) water. Gebruik hiervoor een ENFit-spuit van minimaal 20 ml op de medicatiepoort van het toedieningssysteem.
  4. Haak de lege fles of Pack af en schroef het toedieningssysteem los.
  5. Open de flip-top dop van de nieuwe fles of verwijder het dopje van het Pack, plaats het toedieningssysteem recht op de verpakking en schroef deze goed vast. Hang de nieuwe verpakking aan een standaard of haak ongeveer 1 meter boven de hoogte waarop uw maag zich bevindt.
  6. Vul de druppelkamer voor maximaal 1/3 met voeding, door erin te knijpen.
  7. Open de rolregelklem en verwijder het beschermdopje onderaan het toedieningssysteem. Laat het toedieningssysteem tot het einde vollopen met voeding.
  8. Sluit de rolregelklem opnieuw en bevestig het toedieningssysteem aan de Button-extensieset door de connector in de Button-extensieset te drukken en te draaien.
  9. Open de rolregelklem en tel het aantal druppels dat per 15 seconden in de druppelkamer loopt. Stel de rolregelklem bij totdat het aantal druppels per 15 seconden gelijk is aan uw voorschrift. Deel het aantal voorgeschreven ml per uur door 3 om het aantal druppels per minuut te krijgen. Deel dan dit aantal door 4 om het aantal druppels per 15 seconden te bepalen.

Let op: koppel de sonde niet onnodig van het toedieningssysteem af. Ook niet als er een periode zit tussen de toediening van 2 verpakkingen. Als afkoppelen toch tijdelijk gewenst is - bijvoorbeeld voor de bewegingsvrijheid - sluit dan het toedieningssysteem altijd af met het daarvoor bestemde afsluitdopje.

Hoe dien ik medicatie toe?

Wanneer slikken onmogelijk of erg moeilijk is, moeten geneesmiddelen vaak via de sonde gegeven worden. Echter, niet alle geneesmiddelen kunnen of mogen door de sonde gegeven worden. Bespreek daarom altijd met uw arts en apotheker welke mogelijkheden er voor u zijn.

  • Dien medicatie uitsluitend toe via de medicatiepoort en nooit aan de sondevoeding zelf.
  • Gebruik hiervoor afhankelijk van de toe te dienen hoeveelheid medicatie, een speciale kleine ENFit-spuit of een grotere ENFit-spuit van 10 of 20 ml.
  • Spoel de sonde vóór en na de toediening met minimaal 20-50 ml (lauw) water.
  • Geef de voorkeur aan een vloeibaar geneesmiddel; indien dit niet mogelijk is, moeten pillen zo fijn mogelijk verpulverd en met (lauw) water vermengd worden. Uw apotheker kan hierbij helpen.
  • Siropen moeten ook verdund worden. Uw apotheker kan hierbij helpen.
  • Spoel de gebruikte spuit zeer grondig uit.
  • Pas eventueel het toedieningsschema aan wanneer het geneesmiddel nuchter moet worden ingenomen.
  • Raadpleeg altijd uw arts en apotheker.

Hoe verzorg ik mezelf en de materialen?

Het gebruik van sondevoeding vraagt een goede hygiëne en een goede verzorging. Zowel van uzelf als van uw materialen. Mogelijk heeft u daarvoor hulp van een verpleegkundige. Zo verzorgt u uzelf en uw materialen:

Uw eigen verzorging

Controleer voor het starten van de sondevoeding altijd de conditie van de fistel. Inspecteer dagelijks het gebied rond de fistel op roodheid en zwellingen. Desinfecteer de huid wanneer dit nodig is. Wanneer de fistel volledig is gevormd is het voldoende om de huid zorgvuldig te wassen, te spoelen en te drogen. Dagelijks: beweeg de Button voorzichtig een beetje op en neer en draai de sonde 180° om zijn as om ingroei van de ballon te voorkomen.

Als er niet via de mond gegeten wordt, kunnen er in de mond toch bepaalde ongemakken optreden. Het is daarom erg belangrijk om voor een goede mondverzorging te zorgen, zelfs als er niets meer gegeten of gedronken wordt.

  • Poets dagelijks de tanden (en de tong) met een tandenborstel.
  • Voorkom uitdroging van de lippen door het aanbrengen van lippenbalsem.
  • Houd de mond vochtig door bv. te zuigen op kleine ijsblokjes, door te spoelen met (lauw) water of de lippen te bevochtigen met een vochtig wattenstaafje.
  • Raadpleeg onmiddellijk de tandarts bij tandpijn of ontstoken tandvlees.

Verzorging van de materialen

Een goede hygiëne is - net als bij gewone voeding - zeer belangrijk bij sondevoeding. Als materialen niet tijdig vervangen worden of goed doorgespoeld worden of als u bijvoorbeeld voor het toedienen niet de handen wast, kunnen bacteriën gaan groeien.

  • Vervang het zwaartekrachtsysteem elke 24 uur om een nauwkeurige toediening te garanderen en het systeem schoon te houden. Op die manier wordt ook vermeden dat bacteriën in de voeding terechtkomen.
  • Het zwaartekrachtsysteem is steriel bij aankoop. Het is onmogelijk om toedieningssystemen en ander materiaal na gebruik te hersteriliseren. Een hygiënische aanpak is belangrijk.
  • Vervang de Button-extensieset eenmaal per week of volgens voorschrift van de fabrikant.
  • Controleer wekelijks of de juiste hoeveelheid steriel (lauw) water in de ballon van de Button-sonde zit. Gebruik hiervoor een luer-spuit. Vul dit zo nodig bij, of vervang de inhoud met hetzelfde volume als aangegeven op het ballonventiel. Dien nooit voeding of medicatie toe via het ballonventiel.

De spuit, gebruikt voor de toediening van medicatie, vóór en na gebruik grondig spoelen met (lauw) water. Deze vervangen zoals aanbevolen door de producent en/of advies van de arts.

  • Spuit de sonde altijd door met 20-50 ml (lauw) water voor en na toediening van sondevoeding of medicatie en ten minste iedere 8 uur om verstopping van de sonde te voorkomen.
  • Gebruik een enterale spuit (van minimaal 20 ml) om de sonde gecontroleerd door te spuiten.
  • Forceer niets. Bij weerstand, stop de procedure en raadpleeg de arts. Controleer de positie van de sonde voor gebruik en iedere keer dat een nieuwe voedingsverpakking gestart wordt, bij twijfel over de juiste positie van de sonde en in ieder geval iedere 8 uur.

Bewaren fles of Pack

Sondevoeding is gesteriliseerd en moet goed bewaard worden:

  • Gesloten verpakkingen dienen op kamertemperatuur bewaard te worden.
  • Geopende verpakkingen kunnen, gekoppeld aan het toedieningssysteem, 24 uur op kamertemperatuur gebruikt worden. Wanneer er geen toedieningssysteem op zit, dient de geopende verpakking (goed afgesloten) in de koelkast bewaard te worden.
  • Gebruik geen verpakkingen die langer dan 24 uur open zijn.

Weg van huis met sondevoeding

Bij het gebruik van sondevoeding is het heel goed mogelijk om uw dagelijkse activiteiten te blijven doen. U kunt uw voeding en toedieningsmaterialen meenemen, maar u kunt er ook voor kiezen om tijdens uitstapjes gebruik te maken van een voedingspomp en een speciale rugzak waar u alles in kunt vervoeren. Gebruik een toedieningssysteem (zonder druppelkamer) dat in de rugzak past.

Met sondevoeding die u continu toedient, kunt u op vakantie of uitstapjes maken. U moet wel altijd alles meenemen dat voor het toedienen van uw sondevoeding nodig is. U kunt er ook voor kiezen om tijdens uitstapjes gebruik te maken van een voedingspomp en een speciale rugzak waar u alles in kunt vervoeren. Gebruik een toedieningssysteem (zonder druppelkamer) dat in de rugzak past. 

Op vakantie met een sondevoeding

Gaat u op vakantie? Dan kunt u uw sondevoeding meenemen naar uw bestemming, op welke manier u ook reist.

Let er op dat bij reizen in de auto uw sondevoeding niet in de volle zon staat.

Reist u met het vliegtuig, houd er dan rekening mee dat het in het laadruim van het vliegtuig kan vriezen. Bevroren sondevoeding kan na ontdooien van structuur veranderen en tot verstopping van de sonde leiden. Vraag bij uw vliegtuigmaatschappij of er andere mogelijkheden zijn om uw sondevoeding mee te nemen, vaak is dit het geval. Daarnaast is het zinvol na te vragen of er speciale reisdocumenten nodig zijn, bijvoorbeeld voor ontheffing van overbagage. Uw arts kan indien gewenst een medische verklaring afgeven.

Wanneer u wilt weten of uw voeding op uw vakantiebestemming verkrijgbaar is, kunt u contact opnemen met uw leverancier of de fabrikant van uw voeding. Neem ook contact op met uw zorgverzekeraar om te vragen of sondevoeding die u in het buitenland koopt, vergoed wordt.

Wat kan ik doen bij klachten?

Het kan zijn dat u bij het gebruik van sondevoeding klachten ervaart. Dit kan verschillende oorzaken hebben en ligt lang niet altijd aan de voeding. In het uitklapmenu hieronder vindt u oorzaken en oplossingen voor mogelijke problemen.

Het kan dat de voeding te snel of te traag loopt als u voeding via zwaartekracht toedient. Een oorzaak kan zijn dat de druppelsnelheid niet overeenkomt met de voorgeschreven toedieningssnelheid. Zorg ervoor dat u de sondevoeding altijd goed schudt voordat u deze aanhangt. Controleer daarnaast regelmatig de druppelsnelheid per 15 seconden. Pas het aantal druppels aan indien nodig.

Mogelijke oorzaak 1: slecht verpulverde geneesmiddelen of verzuurde voeding.
Mogelijke oorzaak 2: Sonde niet voldoende doorgespoten.
Oplossing: spuit de sonde door met (lauw) water met een spuit van minimaal 20 ml. Pomp daarbij  zachtjes heen en weer en gebruik niet teveel kracht om schade aan de sonde te voorkomen. Indien de verstopping zichtbaar is, kan de sonde op de betreffende plek voorzichtig gemasseerd of gekneed worden. Neem contact op met uw arts of sondevoedingsverpleegkundige als bovenstaande maatregelen niet helpen. Gebruik geen koolzuurhoudende dranken om de sonde door te spoelen, omdat dit de voeding kan laten schiften en de verstopping kan vergroten.

Mogelijke oorzaak 1: het toedieningssysteem wordt te lang gebruikt.
Oplossing 1: vervang het toedieningssysteem.
Mogelijke oorzaak 2: het toedieningssysteem niet stevig genoeg of schuin geschroefd.
Oplossing 2: schroef de dop correct aan.
Neem indien nodig contact op met uw arts of sondevoedingsverpleegkundige.

 

 

Mogelijke oorzaak: fistel is ontstoken.
Oplossing: raadpleeg uw arts

Mogelijke oorzaak 1: ballon is stuk.
Oplossing 1: raadpleeg uw arts en laat zo snel mogelijk en ieder geval binnen 4 uur de sonde vervangen.
Mogelijke oorzaak 2: inhoud van de ballon is veranderd.
Oplossing 2: vul de ballon bij met het volume als aangegeven op het ballonventiel.

Mogelijke oorzaak 1: sondevoeding te koud toegediend, bijvoorbeeld doordat deze uit de koelkast komt en nog te koud is.
Oplossing 1: laat de sondevoeding eerst op kamertemperatuur komen.
Mogelijke oorzaak 2: sondevoeding te snel opgestart of toegediend.
Oplossing 2: controleer de instelling van de pomp en het voorschrift van uw arts of diëtist. Neem een paar minuten rust totdat de klachten zijn verdwenen en start de sondevoeding weer met de juiste snelheid op.
Mogelijke oorzaak 3: mogelijk verkeerde toediening van sondevoeding.
Oplossing 3: stop de sondevoeding en neem contact op met uw arts.

Mogelijke oorzaak: oorzaak door de behandelende arts te bepalen.
Oplossing: neem contact op met uw arts.

Mogelijke oorzaak 1: te geringe vochtinname.
Oplossing 1: neem contact op met uw arts.
Mogelijke oorzaak 2: er wordt sondevoeding zonder voedingsvezels* gebruikt.
Oplossing 2: bespreek de mogelijkheden van sondevoeding met voedingsvezels.

 

*Voedingsvezels (vezels) worden aanbevolen tenzij er een contra-indicatie is. Voedingsvezels dragen bij aan een goede spijsvertering en darmwerking.

Mogelijke oorzaak 1: te snelle toediening.
Oplossing 1: respecteer de voorgeschreven toedieningssnelheid.
Mogelijke oorzaak 2: te lang gebruikte pompset of Button-extensieset.
Oplossing 2: gebruik een nieuwe pompset of Button-extensieset.
Mogelijke oorzaak 3: verteringsstoornis.
Oplossing 3: neem contact op met uw arts of contactpersoon in het ziekenhuis.
Mogelijke oorzaak 4: medicatie.
Oplossing 4: neem contact op met uw arts.
Mogelijke oorzaak 5: te koude voeding.
Oplossing 5: dien sondevoeding toe op kamertemperatuur.
Mogelijke oorzaak 6: er wordt sondevoeding zonder vezels of met een beperkt aantal vezels gebruikt.
Oplossing 6: bespreek de mogelijkheden van een sondevoeding met vezels en van een voeding met een optimale vezelmix.

Overstappen naar andere voeding

Uw arts of diëtist heeft berekend hoeveel en welke voeding het beste bij u past. Neem daarom altijd contact op als u iets wilt veranderen.

Als u iets gaat veranderen, doe dit dan geleidelijk en volg het schema dat u van uw arts of diëtist ontvangt nauwkeurig op.

Careline Information

Nutricia Medische Voedingsservice 

Voor patiënten en zorgprofessionals met vragen over het medische portfolio van Nutricia.

We zijn bereikbaar van maandag t/m vrijdag, tussen 08.30 en 17.00 uur en helpen u graag!