Alles wat u moet weten bij het gebruik van een Button-sonde via een spuit (portie)
Van veilig toedienen tot klachten en langer van huis gaan met sondevoeding. Kortom, een uitgebreide gids om het gebruik van sondevoeding vanuit huis zo makkelijk en zorgeloos mogelijk te maken.
Vind op deze pagina alles over:
Hoe dien ik sondevoeding toe?
U heeft een Button-sonde, waarbij de sondevoeding per portie (ook wel bolus) direct in uw maag via een spuit wordt toegediend. De Button-sonde is ontwikkeld om gedurende een langere tijd (maanden) mee te gaan, maar dit is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de gebruikte medicatie, pH-waarde van uw maag, uw mobiliteit en verzorging van de sonde. Lees hier alles over de toediening van sondevoeding.
Was uw handen en droog deze met een schone handdoek. Zorg daarnaast voor een schone ondergrond om uw materialen op neer te leggen.
Voor het toedienen van de sondevoeding heeft u de volgende materialen nodig:
- een schone ENFit-spuit van 20 ml en van 60 ml
- pH-indicatorpapier
- een bekertje (lauw) water
- Button-extensieset
- de verpakking sondevoeding en de eventueel meegeleverde bolusadapter (schenktuitje)
- tissues en/of een celmatje
Voordat u gaat starten met het toedienen van sondevoeding is het belangrijk om te controleren of de sonde op de juiste plek zit. Controleer daarom de Button-sonde bij elke handeling. Bijvoorbeeld bij het aanhangen van nieuwe voeding of bij het toedienen van medicatie. Dit gaat als volgt:
Visuele controle:
Controleer of de sonde zich niet verplaatst heeft. Bij twijfel over de ligging van de sonde of bij hoesten, niezen, braken voer altijd stap 2 uit. Is hier geen sprake van, dan kunt u direct door naar stap 3.
Controleer of de sonde in de maag zit:
Plaats de Button-extensieset op de Button-sonde
Zet een lege ENFit-spuit op de Button-extensieset en zuig een beetje maagvocht op.
Druppel het maagvocht op het indicatorpapier.
Controleer via de kleur van het indicatorpapier of de pH lager is dan 5,5. In dat geval ligt de sonde goed. Als u maagzuurremmers gebruikt (zoals Gaviscon of Maalox), dan zal de pH hoger zijn dan 5,5. In dat geval kunt u, indien drinken is toegestaan, eerst een beetje limonade of frisdrank drinken. Hierdoor wordt de zuurgraad in uw maag tijdelijk verlaagd. Als u het bepalen van de pH waarde herhaalt zit de pH nu mogelijk wel onder de grenswaarde. Neem contact op met uw arts of verpleegkundige als uw sonde niet goed op zijn plaats zit of als u een pH-waarde meet die hoger is dan 5,5. Ook bij benauwdheid, blauwverkleuring van de huid, hoesten, pijn, ernstig ongemak, zweten en/of angst direct contact opnemen met uw arts.
Indien de sonde goed ligt: spuit de sonde door met 20 - 50 ml (lauw) water.
Het is belangrijk dat u de juiste hoeveelheid voeding toedient. Daarom heeft uw arts of diëtist aangegeven:
- welke totale hoeveelheid voeding u per dag nodig heeft.
- hoe groot de porties zijn.
- wanneer ze toegediend worden.
Doorloop de volgende stappen om de sondevoeding toe te dienen:
Sluit de Button-extensieset aan op de Button-sonde.
Open de flip-top dop van de fles (of verwijder het paarse dopje van het Pack). Zorg dat de plusvormige poort niet met de vingers wordt aangeraakt om besmetting te voorkomen.
a. Heeft u een Flocare Bolus Adapter:
Verbind de plusvormige connector (+) op de Flocare Bolus Adapter met de plusvormige poort (+) op de fles of Pack. Druk de Flocare Bolus Adapter door de seal en draai deze vast. Leg de fles of Pack neer en schroef de 60 ml ENFit-spuit op de Flocare Bolus Adapter en zuig de sondevoeding uit de verpakking.
b. Heeft u géén Flocare Bolus Adapter:
Schroef de dop volledig van de fles of het Pack en verwijder de seal. Schroef de dop terug op de fles of het Pack. Schenk de voeding dan uit in het glas of de maatbeker en zuig de voeding op met de 60 ml ENFit-spuit.Sluit de ENFit-spuit aan op de Button-extensieset. Druk de ENFit-spuit langzaam leeg in de sonde.
Herhaal deze handeling, totdat de voorgeschreven hoeveelheid sondevoeding is toegediend
Spoel de sonde schoon door met de 20 ml ENFit-spuit 20 - 50 ml (lauw) water in de sonde te spuiten.
Hoe dien ik medicatie toe?
Wanneer slikken onmogelijk of erg moeilijk is, moeten geneesmiddelen vaak via de sonde gegeven worden. Echter, niet alle geneesmiddelen kunnen of mogen door de sonde gegeven worden. Bespreek daarom altijd met uw arts en apotheker welke mogelijkheden er voor u zijn.
- Dien medicatie uitsluitend toe via de sonde door middel van de bolus-extensieset en nooit aan de sondevoeding zelf.
- Gebruik hiervoor afhankelijk van de toe te dienen hoeveelheid medicatie, een speciale kleine ENFit-spuit of een grotere ENFit-spuit van 10 of 20 ml.
- Spoel de sonde vóór en na de toediening met minimaal 20-50 ml (lauw) water.
- Geef de voorkeur aan een vloeibaar geneesmiddel; indien dit niet mogelijk is, moeten pillen zo fijn mogelijk verpulverd en met (lauw) water vermengd worden. Uw apotheker kan hierbij helpen.
- Siropen moeten ook verdund worden. Uw apotheker kan hierbij helpen.
- Spoel de gebruikte spuit zeer grondig uit.
- Pas eventueel het toedieningsschema aan wanneer het geneesmiddel nuchter moet worden ingenomen.
- Raadpleeg altijd uw arts en apotheker.
Hoe verzorg ik mezelf en de materialen?
Het gebruik van sondevoeding vraagt een goede hygiëne en een goede verzorging. Zowel van uzelf als van uw materialen. Mogelijk heeft u daarvoor hulp van een verpleegkundige. Zo verzorgt u uzelf en uw materialen:
Uw eigen verzorging
Controleer voor het starten van de sondevoeding altijd de conditie van de fistel. Inspecteer dagelijks het gebied rond de fistel op roodheid en zwellingen. Desinfecteer de huid wanneer dit nodig is. Wanneer de fistel volledig is gevormd is het voldoende om de huid zorgvuldig te wassen, te spoelen en te drogen.
Dagelijks: beweeg de Button voorzichtig een beetje op en neer en draai de sonde 180° om zijn as om ingroei van de ballon te voorkomen.
Als er niet via de mond gegeten wordt, kunnen er in de mond toch bepaalde ongemakken optreden. Het is daarom erg belangrijk om voor een goede mondverzorging te zorgen, zelfs als er niets meer gegeten of gedronken wordt.
- Poets dagelijks de tanden (en de tong) met een tandenborstel.
- Voorkom uitdroging van de lippen door het aanbrengen van lippenbalsem.
- Houd de mond vochtig door bv. te zuigen op kleine ijsblokjes, door te spoelen met (lauw) water of de lippen te bevochtigen met een vochtig wattenstaafje.
- Raadpleeg onmiddellijk de tandarts bij tandpijn of ontstoken tandvlees.
Verzorging van de materialen
Een goede hygiëne is - net als bij gewone voeding - zeer belangrijk bij sondevoeding. Als materialen niet tijdig vervangen worden of goed doorgespoeld worden of als u bijvoorbeeld voor het toedienen niet de handen wast, kunnen bacteriën gaan groeien.
- Controleer wekelijks of de juiste hoeveelheid steriel (lauw) water in de ballon van de Button-sonde zit. Gebruik hiervoor een luer-spuit. Vul dit zo nodig bij, of vervang de inhoud met hetzelfde volume als aangegeven op het ballonventiel. Dien nooit voeding of medicatie toe via het ballonventiel.
- Vervang de Button-extensieset eenmaal per week of volgens voorschrift van de fabrikant.
- Spoel de ENFit-spuit na gebruik grondig met (lauw) water.
- De ENFit-spuit is steriel verpakt. Het is onmogelijk om deze te hersteriliseren. Vervang een spuit daarom zoals aanbevolen door de producent en/of advies van de arts.
- Spuit de sonde altijd door met 20-50 ml (lauw) water voor en na toediening van sondevoeding of medicatie en ten minste iedere 8 uur om verstopping van de sonde te voorkomen. Gebruik een enterale spuit (van minimaal 20 ml) om de sonde gecontroleerd door te spuiten. Forceer niets. Bij weerstand, stop de procedure en raadpleeg de arts. Controleer de positie van de sonde voor gebruik en iedere keer dat een nieuwe voedingsverpakking gestart wordt, bij twijfel over de juiste positie van de sonde en in ieder geval iedere 8 uur.
Bewaren fles of Pack
Sondevoeding is gesteriliseerd en moet goed bewaard worden:
- Gesloten verpakkingen dienen op kamertemperatuur bewaard te worden.
- Geopende verpakkingen dienen in de koelkast (goed afgesloten) bewaard te worden.
- Gebruik geen verpakkingen die langer dan 24 uur open zijn.
Langer van huis of op vakantie met sondevoeding
Met sondevoeding kunt u gewoon op vakantie of uitstapjes maken. Als u langer wegblijft, is het wel verstandig alles mee te nemen dat voor het toedienen van uw sondevoeding nodig is. Met deze checklist weet u zeker dat u alles meeneemt en kunt u onbezorgd van huis gaan:
- sondevoeding
- medicatie
- (lauw) water (om te spoelen)
- ENFit-spuit(en) van 20 en 60 ml
- reserve Button-sonde
- Button-extensieset
- Flocare Bolus Adapter(s)
- maatbeker
- materialen die nodig zijn voor een pH-waarde meting
- handdoek, tissues, wattenstaafjes
- eventueel een steriel gaasje
- reinigings- en/of ontsmettingsmiddelen voor de huid
- spoelmiddel voor de mond, lippenbalsem
- contactgegevens van de arts of diëtist
Op vakantie met een sondevoeding
Gaat u op vakantie? Dan kunt u uw sondevoeding meenemen naar uw bestemming, op welke manier u ook reist.
Let er op dat bij reizen in de auto uw sondevoeding niet in de volle zon staat.
Reist u met het vliegtuig, houd er dan rekening mee dat het in het laadruim van het vliegtuig kan vriezen. Bevroren sondevoeding kan na ontdooien van structuur veranderen en tot verstopping van de sonde leiden. Vraag bij uw vliegtuigmaatschappij of er andere mogelijkheden zijn om uw sondevoeding mee te nemen, vaak is dit het geval. Daarnaast is het zinvol na te vragen of er speciale reisdocumenten nodig zijn, bijvoorbeeld voor ontheffing van overbagage. Uw arts kan indien gewenst een medische verklaring afgeven.
Wanneer u wilt weten of uw voeding op uw vakantiebestemming verkrijgbaar is, kunt u contact opnemen met uw leverancier of de fabrikant van uw voeding. Neem ook contact op met uw zorgverzekeraar om te vragen of sondevoeding die u in het buitenland koopt, vergoed wordt.
Wat kan ik doen bij klachten?
Het kan zijn dat u bij het gebruik van sondevoeding klachten ervaart. Dit kan verschillende oorzaken hebben en ligt lang niet altijd aan de voeding. In het uitklapmenu hieronder vindt u oorzaken en oplossingen voor mogelijke problemen.
Mogelijke oorzaak 1: slecht verpulverde geneesmiddelen of verzuurde voeding.
Mogelijke oorzaak 2: Sonde niet voldoende doorgespoten.
Oplossing: spuit de sonde door met (lauw) water met een spuit van minimaal 20 ml. Pomp daarbij zachtjes heen en weer en gebruik niet te veel kracht om schade aan de sonde te voorkomen. Indien de verstopping zichtbaar is, kan de sonde op de betreffende plek voorzichtig gemasseerd of gekneed worden. Neem contact op met uw arts of sondevoedingsverpleegkundige als bovenstaande maatregelen niet helpen. Gebruik geen koolzuurhoudende dranken om de sonde door te spoelen, omdat dit de voeding kan laten schiften en de verstopping kan vergroten.
Mogelijke oorzaak: fistel is ontstoken.
Oplossing: raadpleeg uw arts
Oplossing 1: raadpleeg uw arts en laat zo snel mogelijk en ieder geval binnen 4 uur de sonde vervangen.
Mogelijke oorzaak 2: inhoud van de ballon is veranderd.
Oplossing 2: vul de ballon bij met het volume als aangegeven op het ballonventiel.
Mogelijke oorzaak 1: portie te koud toegediend of in een te grote hoeveelheid.
Oplossing 1: laat de sondevoeding eerst op kamertemperatuur komen. Of pas de portie aan, maar doe dit altijd in overleg met arts of diëtist.
Mogelijke oorzaak 2: mogelijk verkeerde toediening van sondevoeding.
Oplossing 2: stop de sondevoeding en neem contact op met uw arts.
Mogelijke oorzaak: oorzaak door de behandelende arts te bepalen.
Oplossing: neem contact op met uw arts.
Mogelijke oorzaak 1: te geringe vochtinname.
Oplossing 1: neem contact op met uw arts.
Mogelijke oorzaak 2: er wordt sondevoeding zonder voedingsvezels* gebruikt.
Oplossing 2: bespreek de mogelijkheden van sondevoeding met voedingsvezels.
*Voedingsvezels (vezels) worden aanbevolen tenzij er een contra-indicatie is. Voedingsvezels dragen bij aan een goede spijsvertering en darmwerking.
Mogelijke oorzaak 1: te snelle toediening.
Oplossing 1: respecteer de voorgeschreven toedieningssnelheid.
Mogelijke oorzaak 2: te lang gebruikte pompset of Button-extensieset.
Oplossing 2: gebruik een nieuwe pompset of Button-extensieset.
Mogelijke oorzaak 3: verteringsstoornis.
Oplossing 3: neem contact op met uw arts of contactpersoon in het ziekenhuis.
Mogelijke oorzaak 4: medicatie.
Oplossing 4: neem contact op met uw arts.
Mogelijke oorzaak 5: te koude voeding.
Oplossing 5: dien sondevoeding toe op kamertemperatuur.
Mogelijke oorzaak 6: er wordt sondevoeding zonder vezels of met een beperkt aantal vezels gebruikt.
Oplossing 6: bespreek de mogelijkheden van een sondevoeding met vezels en van een voeding met een optimale vezelmix.
Overstappen naar andere voeding
Uw arts of diëtist heeft berekend hoeveel en welke voeding het beste bij u past. Neem daarom altijd contact op als u iets wilt veranderen.
Als u iets gaat veranderen, doe dit dan geleidelijk en volg het schema dat u van uw arts of diëtist ontvangt nauwkeurig op.
Nutricia Medische Voedingsservice
Voor patiënten en zorgprofessionals met vragen over het medische portfolio van Nutricia.
We zijn bereikbaar van maandag t/m vrijdag, tussen 08.30 en 17.00 uur en helpen u graag!