Controle van de ligging van de neussonde

Na plaatsing van een (nieuwe) sonde en bij vermoeden van dislocatie (verschuiving), bijvoorbeeld na braken, hoesten of benauwdheid, moet de ligging van de sonde gecontroleerd worden.

pH meting controle locatie sonde

Na de controle bent u er zeker van dat voeding direct op de juiste plek in uw maag-darmkanaal komt. Wanneer de sonde goed ligt kunt u toediening van de voeding starten.

 

De dagelijkse controle of de sonde goed ligt kunt u als volgt doen:

  1. De verpleegkundige heeft bij het plaatsen van de sonde een streepje op de sonde gezet. Controleer of dit streepje nog bij uw neusingang zit. Zo weet u of de sonde nog diep genoeg zit;
  2. Controleer hierna de pleister door te kijken of de pleister nog goed vast zit rondom de sonde;
  3. Kijk, indien mogelijk, met een spiegel in de mond en keelholte.Als u ziet dat de sonde opgekruld ligt is dit een teken dat de sonde niet meer op zijn plek ligt.

Als u twijfelt of de sonde nog goed zit kunt u altijd uw verpleegkundige bellen.

Controle van de ligging door middel van een pH-meting

Ook kunt u de locatie van de sonde controleren door middel van een pH (zuurgraad)-meting van een kleine hoeveelheid maaginhoud. Deze meting kunt u zelf doen, maar kan u ook door de verpleegkundige laten doen.

Het is mogelijk om de pH-meting zelf thuis uit te voeren. Wanneer u dit wenst kunt u dit overleggen met uw arts of diëtist. Zij zullen samen met u kijken of dit mogelijk is.

Klik hier, voor een voorlichtingsfilmpje over het controleren van de sonde door middel van een pH-meting.

Uitvoering van de pH-meting.

Benodigdheden:

  • Een 60 ml spuit;
  • pH-indicatiepapier: pH-strips (pH 2,0 - 9,0) met gradaties van 0,5;
  • Een kopje water.

Instructies:

  1. Zowel vóór als ná het controleren van de ligging van de sonde wast de verpleegkundige zijn/haar handen;
  2. Het dopje van de sonde wordt verwijderd waarna de spuit op de sonde wordt gedraaid;
  3. Wanneer de spuit aan de sonde is gekoppeld, trekt de verpleegkundige met de spuit een kleine hoeveelheid vloeistof uit de maag op;
  4. De spuit wordt van de sonde gekoppeld;
  5. De verpleegkundige zal een kleine hoeveelheid van de opgetrokken vloeistof op het pH-indicatiepapier druppelen. Als de pH-waarde 5,5 of lager is, ligt de sonde op de juiste positie in de maag. Als dit het geval is, wordt de sonde doorgespoeld met 20-50 ml lauw water en het dopje wordt weer teruggeplaatst op de sonde.

Wanneer de pH-waarde hoger is dan 5,5, zal de verpleegkundige u aanraden voorlopig te stoppen met de sondevoeding en/of medicatie. Hij of zij zal de pH-waarde opnieuw controleren binnen 30-60 minuten. Wanneer de pH-waarde nog steeds hoger is dan 5,5 is het mogelijk dat uw sonde niet goed ligt. Uw verpleegkundige zal dan mogelijk de sonde opnieuw moeten plaatsen. Het is belangrijk dat u tot die tijd geen sondevoeding of vloeistoffen meer toedient via uw sonde.

Veelgestelde vragen

  • Hoe verzorg ik de sonde?

    Het is belangrijk dat u de sonde goed verzorgt om de voeding goed toe te kunnen dienen. Voor informatie over verzorging van de verschillende sondes verwijzen wij u naar  de verzorgingsinstructies.

  • Wat moet ik doen wanneer de verpakking van de sondevoeding lekt?

    Een verpakking van sondevoeding hoort niet te lekken. Controleer of het toedieningssysteem op de juiste manier geplaatst is. Indien de verpakking kapot is, kunt u dit het beste bij uw leverancier melden. Gebruik de verpakking dan niet meer.

  • Wat moet ik doen als de sonde loslaat of eruit valt?

    Soms kan het zijn dat de sonde eruit valt of loslaat door bijvoorbeeld hoesten of omdat u ergens achter bent blijven hangen. Wanneer dit gebeurt is het belangrijk dat u de sondevoeding direct stopzet. Het is belangrijk dat u de sonde zo snel mogelijk laat vervangen.

  • Wat moet ik doen als de sonde verstopt is?

    Wanneer u een verstopte sonde heeft is het belangrijk de verstopping te verwijderen. Indien u geleerd heeft dit zelf te doen, kunt u dit doen. Wanneer u de verstopping niet zelf kunt verwijderen is het advies om contact op te nemen met uw zorgverlener.

  • Is het normaal dat mijn sonde van kleur is veranderd?

    Wanneer u uw sonde goed verzorgt, zal deze niet zo snel verkleuren. Het is echter mogelijk dat de sonde bij langdurig gebruik onder invloed van medicatie en voeding toch verkleurt. Wanneer u zich zorgen maakt is het advies uw zorgverlener te raadplegen.

  • Moet ik mijn tanden poetsen wanneer ik sondevoeding gebruik?

    Dat is zeker aan te raden. Juist op het moment dat er weinig tot niet gegeten of gedronken wordt is goede mondhygiëne belangrijk voor een gezond gebit en frisse adem. Ook kunt u lippenbalsem op uw lippen smeren om droogheid tegen te gaan.

    Wanneer u een kunstgebit heeft is het belangrijk dat u deze schoonmaakt zoals u gewend bent.

    U wordt aangeraden om uw reguliere controles bij uw tandarts aan te houden.