Waar moet ik op letten bij sondevoeding?

Controle van de ligging van de sonde

Controle van de ligging van de sonde vindt plaats na plaatsing van een (nieuwe) sonde en bij vermoeden van dislocatie (verschuiving), b.v. na braken, hoesten of benauwdheid. Het toedienen van sondevoeding kan gestart worden nadat de correcte ligging van de sonde is bevestigd. Op deze manier bent u er zeker van dat de voeding direct op de juiste plek in uw lichaam komt. Wanneer dit niet het geval is, kunnen ongemakken of eventueel gevaarlijke situaties ontstaan. Methoden voor de controle van de ligging van de sonde zijn via een rontgenfoto of, indien de sonde in de maag ligt, door het meten van de zuurgraad of de pH waarde van de maaginhoud d.m.v. pH-indicatiepapier. In geval van een PEG sonde of G-tube dient ook de positie van de externe fixatiedisk en de conditie van de fistel gecontroleerd te worden.

Controle ligging van de sonde met behulp van pH-waarde meting

Benodigdheden:

  • een 50 ml spuit
  • pH-indicatiepapier; pH-strips (pH 2,0 - 9,0) met gradaties van 0,5
  • water (kraanwater of water dat geadviseerd wordt door het verzorgend personeel)
  1. Was uw handen voor en na het controleren van de ligging van de sonde
  2. Verwijder het dopje van de voedingsconnector van de sonde en bevestig een spuit op de voedingsconnector van de sonde
  3. Haal de trekker van de spuit langzaam en voorzichtig naar achteren tot een kleine hoeveelheid vloeistof in de spuit terechtkomt*
  4. Ontkoppel de spuit van de sonde en plaats het dopje weer terug op de sonde
  5. Spuit een beetje van de opgetrokken vloeistof op het pH-indicatiepapier. Als de pH-waarde 5,5 of lager is, ligt de sonde op de juiste positie in de maag. Spuit de sonde
  6. vervolgens door met 20-30 ml water.

Als de pH-waarde hoger dan 5,5 is, stop dan de toediening van sondevoeding of medicijnen door de sonde. Controleer de pH-waarde opnieuw binnen 30-60 minuten. Indien de pH-waarde nog steeds hoger is dan 5,5, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige. Dien geen sondevoeding of vloeistoffen (meer) toe via uw sonde.

* Wanneer het niet mogelijk is om vloeistof op te trekken om de pH-waarde te controleren, kunt u het volgende proberen:

  1. Ga op uw linkerzij liggen, wacht enkele minuten en probeer het vervolgens opnieuw
  2. Drink, wanneer u hiertoe in staat bent en dit veilig voor u is, een beetje water en doe de test opnieuw
  3. Als het nog steeds niet mogelijk is om vloeistof op te trekken, neem dan contact op metuw arts of verpleegkundige.

Een goede verzorging

Voorkom dat er bacterien in uw voeding komen en de voeding bederft:

  • Was altijd uw handen en werk zo hygienisch mogelijk
  • Controleer de uiterste houdbaarheidsdatum van de sondevoeding
  • Controleer de verpakking, de verzegeling en de inhoud op zichtbare beschadigingen of afwijkingen: bij twijfel de voeding niet gebruiken
  • Schud de verpakking voor gebruik
  • Volg de instructies op de verpakking
  • Inhoud niet verdunnen en geen medicatie aan de voeding toevoegen
  • Verwissel het toedieningssysteem elke 24 uur
  • Wanneer u gebruik maakt van een spuit voor het toedienen van de sondevoeding, gebruik dan voor elke portie een nieuwe spuit
  • Nutrison is verkrijgbaar in een Pack; dit is een foliezak met een speciale aansluiting. Door deze speciale aansluiting komt er geen lucht bij de voeding en is de kans op besmetting geminimaliseerd. Hierdoor kan het Pack 24 uur worden aangehangen, maar nooit langer dan 24 uur
  • Bewaar de eenmaal geopende verpakking, als deze niet gekoppeld is aan een toedieningssysteem altijd goed afgesloten in de koelkast (bij max. 7°C) en nooit langer dan 24 uur
  • Het is aan te bevelen om een sticker op de verpakking te plakken waarop u vermeldt wanneer de verpakking is geopend.

Verzorging van de neussonde

Om te voorkomen dat de sonde verstopt raakt, is het belangrijk om deze goed te verzorgen. Spuit de sonde minimaal 3 keer per dag door met 20-30 ml (kraan)water en:

  • bij het aan- en afkoppelen van het Pack, dus ook bij het verwisselen van een Pack
  • voor en na het toedienen van medicatie
  • voor het slapen gaan en na het wakker worden

Bevestiging van de neussonde

De neussonde wordt meestal bevestigd met behulp van een pleister op de neus en soms ook op de wang. Om te voorkomen dat de sonde verschuift of zelfs uit de neus valt, is het belangrijk dat de pleister regelmatig wordt verschoond. Bij het wisselen van de pleister moet u er goed op letten dat de sonde op dezelfde plek blijft zitten. Om hier zeker van te zijn kunt u eventueel met een markeerstift een streepje zetten op de plek waar de sonde direct uit de neus komt. Vervang minimaal elke 3 dagen de pleister. Haal de pleister rustig en voorzichtig los.

Verzorging van de PEG sonde en G-tube

Maak tijdens het wassen of douchen de huid schoon met water. Droog de huid rondom de sonde zorgvuldig. Gebruik nooit een fohn om de huid rondom de sonde te drogen. Draai de sonde dagelijks 180˚ rond z’n as en beweeg de sonde omhoog en omlaag in de insteekopening (min. 1,5 cm) om ingroei van de sonde te voorkomen. (NB: als u een PEG-J sonde heeft kunt u de sonde alleen omhoog en omlaag bewegen, niet draaien!). Zo voorkomt u dat de PEG sonde of G-tube vastgroeit in de maagwand. Leg eventueel een gaasje tussen de huid en het buitenste plaatje op de buikwand. Vermijd het gebruik van pleisters om de sonde op de buik vast te plakken.

Indien u pleisters gebruikt om de huid te beschermen, maak dan gebruik van speciale transparante pleisters. Wanneer de huid rondom de PEG sonde of G-tube toch rood of geirriteerd is, waarschuw dan uw arts of verpleegkundige.

Verstopping van de sonde

  • Als u weerstand voelt bij het doorspuiten van de sonde, probeer dan niet geforceerd door te spuiten:
    - Trek, met behulp van een spuit, het overtollige water boven de verstopping op
    - Spuit vervolgens voorzichtig lauw water door de sonde, met behulp van een 20 ml spuit. Gebruik geen spuit kleiner dan 5 ml. Dit geeft een te hoge druk voor de sonde.
  • Helpt het doorspuiten met lauw water niet en zit de verstopping in het deel van de sonde wat zichtbaar is buiten het lichaam, rol dat deel van de sonde zachtjes tussen duim en wijsvinger over de gehele lengte van de sonde. Wanneer er nog steeds een verstopping zit, trek de spuit voorzichtig terug en probeer de sonde vervolgens opnieuw door te spuiten.
  • Gebruik geen zure oplossingen zoals vruchtensappen of koolzuurhoudende dranken, omdat deze de sondevoeding kunnen laten schiften en het materiaal kan aantasten.
  • Is de sonde nog steeds verstopt, raadpleeg dan uw arts of verpleegkundige.

Verzorging van de mond

Als u sondevoeding gebruikt, eet u weinig of helemaal niet meer ‘normaal’. Er wordt hierdoor minder speeksel aangemaakt. Dit heeft een negatief effect op de gezondheid van uw mond en tanden. Daarom is het belangrijk om een paar keer per dag uw tanden te poetsen en de mond regelmatig te spoelen met schoon water. Meestal mag u nog wel wat drinken. Heeft u iets zoets gedronken, spoel de mond dan ook na met water. Als u kauwgom mag gebruiken, is het kauwen hierop een goede manier om de speekselklieren te activeren en de mond vochtig te houden. Bescherm uw lippen en de huid eromheen met een creme tegen uitdroging.