Problemen en oplossingen

Probleem

Mogelijke oorzaak

Mogelijke oplossing

Diarree

  • Niet hygienisch genoeg gehandeld
  • Het toedieningssysteem is te lang gebruikt
  • De sondevoeding is te snel ingelopen
  • De temperatuur van de sondevoeding is te koud
  • De sondevoeding bevat geen vezels
  • U verdraagt dit type sondevoeding niet
  • Door bijwerking van medicatie
  • Ga hygienisch te werk, zie hoofdstuk ‘een goede verzorging’
  • Gebruik een nieuw toedieningssysteem
  • Vertraag de inloopsnelheid of verklein de portiegrootte
  • Dien de voeding op kamertemperatuur toe
  • Gebruik een sondevoeding met vezels
  • Neem contact op met uw arts/apotheker om indien mogelijk de medicatie aan te passen

Obstipatie

  • U heeft een te geringe vochtinname
  • De sondevoeding bevat geen vezels
  • Gebrek aan lichaamsbeweging
  • Door bijwerkingen van medicatie
  • Let erop dat u voldoende vocht binnen krijgt, 2 liter vocht (sondevoeding) is een normale hoeveelheid. Gebruikt u minder dan 2 liter sondevoeding, vul dan het tekort aan met water
  • Gebruik een sondevoeding met vezels. Als u geen sondevoeding met vezels heeft, overleg met uw arts of dietist of u sondevoeding kunt krijgen met vezels
  • Bevorder regelmatige toiletgang
  • Indien mogelijk meer lichaamsbeweging
  • Neem contact op met uw arts/apotheker om indien mogelijk de medicatie aan te passen

Droge mond

  • Een verminderde speekselproductie
  • Gebruik indien toegestaan een zuurtje, pepermuntje of (suikervrije) kauwgom
  • Zorg voor goede mondverzorging o.a. twee maal per dag tanden poetsen

Misselijkheid en/of braken

  • De sondevoeding is te snel ingelopen
  • U verdraagt dit type sondevoeding niet
  • Een verkeerde houding
  • Een vertraagde maaglediging
  • Er is een obstructie in het maagdarmkanaal
  • Onderliggend ziektebeeld
  • Vertraag de inloopsnelheid of verklein de portiegrootte of dien de sondevoeding continu toe
  • Controleer de ligging van de sonde
  • Neem een zittende of half liggende houding aan
  • Gebruik eventueel een medicijn tegen misselijkheid
  • Neem contact op met uw arts of dietist voor een ander soort voeding

Uitdroging

  • Onvoldoende vochtinname (hoeveelheid en kleur van de urine is een goed controlemiddel)
  • Let erop dat u voldoende vocht binnen krijgt, 2 liter vocht (sondevoeding) is een normale hoeveelheid. Gebruikt u minder dan 2 liter sondevoeding, vul dan het tekort aan met water

Irritatie van het neusgat

  • De sonde drukt te lang op een plaats
  • De sonde schuurt bij het slikken
  • De neuspleister irriteert/is te strak bevestigd
  • Er is een te dikke of te stijve sonde geplaatst
  • De sonde is verschoven
  • De sonde dagelijks een beetje bewegen
  • Bij vervangen van de sonde van neusgat wisselen
  • Zorg voor goede neushygiene met vaseline of fysiologische zoutoplossing
  • Vervang regelmatig de neuspleister
  • Gebruik (dunne) soepele sonde van PUR materiaal
  • Controleer de ligging van de sonde

Sonde valt uit het fistel

  • Een PEG kan vrijwel niet uit de fistel vallen. Gebeurt dit toch dan is de mogelijke oorzaak:
  • De PEG-sonde is niet goed gefixeerd
  • Indien een G-tube wordt gebruikt is mogelijk het ballonnetje niet goed gevuld
  • Neem zo snel mogelijk contact op met huisarts of verpleegkundige
  • Zorg dat binnen 4-6 uur een nieuwe gastrostomiesonde wordt geplaatst
  • Zorg ervoor dat u altijd een reserve G-tube in huis heft

    Ter preventie:

  • Markeer de sonde met een viltstift. U kunt zo direct zien of de sonde verschoven is
  • Zorg voor een goede fixatie
  • Controleer regelmatig of het ballonnetje goed gevuld is

Huidirritatie

  • Overgevoeligheid voor pleisters of silicone
  • Ontsteking of infectie (als de huid rood wordt)
  • Lekkage van de fistel
  • Neem direct contact op met uw arts of verpleegkundige
  • Leg een ingeknipt gaasje of transparante pleister onder de externe fixatiedisk
  • Bescherm de huid met een ingeknipt gaasje