Praktische adviezen

Het ENFitconnectiesysteem: een innovatie, specifiek voor enterale voeding

Misconnecties tussen enterale en andere toedieningssystemen, vooral intraveneuze (IV) lijnen, zijn een reëel risico voor de patiëntveiligheid. Om patiëntveiligheid wereldwijd te maximaliseren werkte Nutricia, samen met andere producenten van enterale voedingssystemen, mee aan de ontwikkeling van een nieuwe ISO‐standaard voor connectoren van klein kaliber (80369‐3), onder de naam ENFit™. Dit nieuwe toedieningssysteem is specifiek voor enterale voeding en is zo ontwikkeld dat connectie met niet‐enterale systemen, zoals IV, onmogelijk is.

 

ENFit™ het nieuwe enterale connectiesysteem

 

  • Voorkomt misconnecties met niet‐enterale systemen zoals IV.

  • Zorgt voor verhoogde veiligheid en verminderde complexiteit door uniformiteit.

Het ENPlus-aansluitsysteem zorgt ervoor dat alleen verpakkingen met enterale voeding kunnen worden aangesloten op toedieningssets voor enterale voeding en dat toedieningssets voor enterale voiding niet kunnen worden aangesloten op IV oplossing-containers.

 

Het ENPlus-aansluitsysteem bestaat uit een plusvormige (+) connector die is aangesloten op toedieningssets voor enterale voeding en een corresponderende plusvormige (+) poort op de voedingsverpakkingen.

 

Toedieningswegen

 

De keuze van de soort sonde hangt af van een aantal factoren, onder andere van de soort en (verwachte) gebruiksduur van de sondevoeding en de werkzaamheid van de maag.

 

Indicatie

De patiënt heeft kortdurend sondevoeding nodig (< 2-3 weken).

 

Advies :

 

Flocare® PUR neus-maagsonde (PUR = polyurethaan)

De sonde wordt via de neus ingebracht tot in de maag.

 

Voordelen

Plaatsing van deze sonde is niet invasief en kan ook buiten het ziekenhuis geplaatst worden.

 

Contra-indicaties

Een verminderde maagmotiliteit, insufficiënte maaglediging, pylorusstenose en reflux met dreigende aspiratie, onrustige patiënten, vaak uitvallende/uitgetrokken sonde.

 

Flocare® Bengmark intestinumsonde

De Bengmarksonde is een zelfmigrerende sonde die na plaatsing in de maag door middel van de maag/darm motiliteit naar de dunnedarm migreert en zich daar fixeert.

 

Voordelen

Plaatsing van deze sonde is minder invasief. Door het Bengmark spiraal migreert ze spontaan meestal na 8 à 12u naar de dunne darm.

 

Contra-indicaties

Ontbrekende maagmotiliteit. Die kan gestimuleerd worden door toediening van medicatie.

 

Indicatie

De patiënt heeft langdurig sondevoeding nodig (> 2-3 weken).

 

Advies :

 

Flocare® PEG sonde (PEG = Percutané Endoscopische Gastrostomie)

Een gastrostomiesonde van transparant polyurethaan (PUR). Met de siliconen externe fixatiedisc (90° hoek) is de sonde onzichtbaar onder de kleding te dragen. Deze sonde wordt altijd in het ziekenhuis geplaatst. Met behulp van een gastroscoop wordt de gastrostomiesonde onder plaatselijke verdoving via de buikwand rechtstreeks in de maag gebracht.

 

Voordelen

De sonde is comfortabel en kan lange tijd (8 à 10 maanden) geplaatst blijven voordat controle nodig is. Door de siliconen externe fixatiedisk met voorgevormde 90° hoek kan de sonde discreet onder de kleding gedragen worden.

 

Flocare® G-tube (siliconen ballonsonde)

Indien de openingswond is genezen (6 weken na plaatsing van PEGsonde) kan een PEG-vervanger worden geplaatst. Flocare® heeft een zeer patiëntvriendelijke vervanger van de PEG-sonde, de Flocare® G-tube (siliconen ballonsonde). Deze is via de buikwand eenvoudig (her)plaatsbaar in een bestaand voedingskanaal, de patiënt hoeft hiervoor niet naar het ziekenhuis.

 

Contra-indicaties

Stollingsstoornis, ascites, sepsis, laag albumine, oesophagus varices, afwijking in de maag.

 

kortdurend

Flocare® PUR neus-maagsonde

Flocare® Bengmark intestinumsonde

Langdurend

(> 2-3 weken)

Flocare® PEG sonde

Flocare® G-tube

 

Toedieningswijzen

Behalve dat er vastgesteld moet worden op welke plaats er gevoed moet worden, moet ook de wijze van toediening worden gekozen en welke variant sondevoeding de patiënt krijgt. Er zijn drie manieren om sondevoeding toe te dienen: continu, intermitterend en per portie (bolus).

 

Methode 1 : continu voeden

Biju continu toediening krijgt de patiënt ononderbroken, druppelsgewijs sondevoeding. Deze methode heeft de volgende voordelen voor de patiënt :

  • Miner kans op retentie, aspiratie, misselijkheid en braken.

  • Gelijkmatige verdeling van voeding over de dag; mogelijk om grotere hoeveelheden toe te dienen.

Methode 2:  voeden

Bij intermitterend voeden krijgt de patiënt druppelsgewijs gedurende een dagdeel de sondevoeding. Dit kan ook ‘s nachts gebeuren, als de patiënt alleen maar hoeft te worden bijgevoed. Deze methode heeft de volgende voordelen voor de patiënt:

  • De rest van de dag wordt het systeem afgekoppeld, de sonde afgesloten en kan de patiënt vrij bewegen.

  • De patiënt kan voor en na de sondevoeding de inname van orale voeding opbouwen.

Methode 3: per portie, 6 tot 8 keer per dag

Bij de toediening per portie wordt een vastgestelde hoeveelheid sondevoeding in één keer gegeven. Meestal wordt 250-350 ml per portie toegediend. Dit is de hoeveelheid die patiënten over het algemeen in één keer kunnen verdragen. Dit kan met behulp van een spuit of met een Flocare® Infinity(Plus) pomp.

 

Deze methode heeft de volgende voordelen voor de patiënt:

  • Deze manier van toedienen lijkt het meest op het normale eetritme van drie hoofdmaaltijden en een aantal keer een tussendoortje.

  • Er is meer vrijheid, omdat niet de gehele dag een toedieningssysteem is aangesloten.

Nadelen per portie met spuit:

  • Iedere toediening - meestal 6 tot 8 keer per dag - kost de verpleging tijd (niet bij gebruik Flocare® Infinity™ (Plus) pomp).

  • Meestal worden dikkere sondes gebruikt om sneller te kunnen toedienen. Bij het voeden via de neussonde is de dikkere sonde minder prettig voor de patiënt, kies dan bijv. voor de ch 10 PUR.

  • Grotere kans op bacteriële besmetting van de voeding omdat meer handelingen noodzakelijk zijn.

  • Grotere kans op aspiratie, braken en diarree (niet als u gebruik maakt van de Flocare® Infinity™ (Plus) pomp).

Voedingspompen

 

Flocare® Infinity™ en Flocare® Infinity™ Plus

Met de Flocare® Infinity™ voedingspompen in combinatie met een Flocare® pompset kunt u sondevoeding zeer regelmatig en nauwkeurig toedienen. Door het kleine formaat en het lichte gewicht is de Flocare®

Infinity™ handig in gebruik. Voor de patiënt is voeden met de Flocare®

Infinity™ veilig en gebruiksvriendelijk.

 

  

Het gebruik van een pomp is noodzakelijk bij:

 

  • Patiënten met ernstige gastro-intestinale stoornissen en diarreegevoelige patiënten

    Voor deze groep patiënten is een nauwkeurige toediening van belang. De voedingspompen bieden de mogelijkheid kleine hoeveelheden per uur te geven, waardoor de darmen volop de kans krijgen de voeding op te nemen.

  • Patiënten met instabiele diabetes mellitus

    Bij diabetespatiënten die moeilijk in te stellen zijn en met sondevoeding worden gevoed, is een continue, gelijkmatige toediening vereist. Hierdoor kan de kans op een hypo- en hyperglykemie tot een minimum worden beperkt.

     

  • Toedienen van sondevoeding in duodenum of jejunum

    Bij het rechtstreeks voeden in het duodenum of jejunum valt de bufferfunctie van de maag weg. Hierdoor is een gelijkmatige toediening van de sondevoeding vereist. De Flocare® Infinity™ voedingspompen garanderen een zeer gelijkmatige toediening.

     

  • Gebruik van een dunne sonde
    Bij het toedienen van sondevoeding via een dunne sonde (< ch 8) kan verstopping optreden. De doorstroming van de sonde wordt met de Flocare® Infinity™ voedingspompen verbeterd, waardoor het verstoppen van de sonde kan worden voorkomen. Voor de patiënt is een zo dun mogelijke sonde het meest patiëntvriendelijk.

  • Gebruik van een geconcentreerde voeding

    Ook een geconcentreerde sondevoeding kan in enkele gevallen verstopping van de sonde veroorzaken. Het gebruik van de Flocare® Infinity™ voedingspompen verbetert de doorstroming van de sonde waardoor de kans op verstopping kleiner wordt.

  • Zuigelingen en kleine kinderen

    Zuigelingen en kleine kinderen kunnen vaak niet meer dan 50 ml/uur verdragen. Nauwkeurigheid en een lage toedieningssnelheid zijn essentieel. Teveel voeding binnen een te korte tijd kan spugen/braken veroorzaken.

     

  • Slapende of comateuze patiënten

    Bij comateuze of slapende patiënten is een gecontroleerde toediening van sondevoeding noodzakelijk. De hoeveelheid en de snelheid van de doorstroming is met de Flocare® Infinity™ voedingspompen nauwkeurig vast te stellen.

     

  • Oudere patiënten

    De tragere vernieuwing van het darmepitheel en de verminderde afscheiding van enzymen zorgen ervoor dat de verterings- en absorptie-capaciteit bij oudere patiënten slechter is. Dit betekent dat deze groep patiënten vaak sneller last heeft van diarree en dus een verminderde voedselopname. De regelmatige toediening van sondevoeding met de Flocare® Infinity™ pompen zorgt ervoor dat het maagdarmkanaal voldoende tijd heeft de voeding te verteren en te absorberen.

     

  • Zeer actieve, mobiele of geagiteerde patiënten

    Bij toediening via zwaartekracht zal de toedieningssnelheid veranderen indien de positie van de gebruiker verandert. De snelheid van toedienen is onder andere afhankelijk van de afstand tussen de voeding en de toedieningsplaats.

Hygiëne

 

Het is belangrijk om zo hygiënisch mogelijk te werken bij de toediening van sondevoeding. Als dit niet gebeurt kunnen bacteriën in de voiding komen, waardoor de voeding bederft. Om dit te voorkomen de volgende tips:

 

  • Was uw handen.

  • Spuit de sonde voor en na het toedienen van voeding en/of medicatie en ten minste 3 keer per dag, door met ca. 20-30 ml water om verstopping te voorkomen. Gebruik hiervoor een ENFitTM spuit van 20 of 60 ml.

  • Controleer de uiterste houdbaarheidsdatum van de sondevoeding.

  • Volg de instructies op de verpakking. Controleer de verpakking, de seal en de inhoud op visuele beschadigingen of afwijkingen. Bij twijfel de voeding niet gebruiken.

  • Gebruik elke 24 uur een nieuw toedieningssysteem en voor elke portie een nieuwe spuit.

  • Laat poedervormige sondevoeding of toevoegingen aan kant-enklare sondevoeding nooit langer dan 4 uur aanhangen.

  • Laat een Pack6 nooit langer dan 24 uur aanhangen. Laat voeding in een container nooit langer dan 8 uur aanhangen.

  • Bewaar een eenmaal geopende Pack7 altijd goed afgesloten in de koelkast en nooit langer dan 24 uur.

Verzorging

 

Mondverzorging

 

Bij patiënten met sondevoeding bestaat een grotere kans op tandcariës en/of ontsteking van de speekselklieren, tandvlees en mond-slijmvlies. Dit wordt veroorzaakt door een verminderde speeksel-secretie ten gevolge van het niet eten en drinken. Een goede mondverzorging is cruciaal om problemen te voorkomen. Maak daarom gebruik van de volgende tips:

 

  • Kauwen op kauwgom of zuigen op zure snoepjes.

  • Poets de tanden één keer per dag.

  • Spoel de mond meerdere malen per dag.

  • Gebruik crème voor de lippen.

Verzorging Flocare® PEG

 

  • Voor heling van de fistel (10-14 dagen na plaatsing): de externe fixatiedisc omhoog schuiven zonder de sonde te bewegen. Goed ontsmetten met kleurloos desinfectans en controleren op roodheid. De externe disc terug op de initiële plaats schuiven.

  • Na heling van de fistel: de externe fixatiedisc omhoog schuiven, de sonde bewegen door ze in de fistel te duwen (+/- 1.5 cm), eventueel 180 draaien. De huid goed wassen en drogen, de sonde opnieuw (+/- 1.5 cm) omhoog trekken en in de oorspronkelijke positie in de disc fixeren.

  • Spuit de sonde voor en na het toedienen van voeding en/of medicatie en ten minste 3 keer per dag door met ca. 20-30 ml water om verstopping te voorkomen.

  • Controleer op roodheid en zwelling.

  • Externe fixatie niet te strak: 2 mm (vaak oorzaak van huidproblemen).

  • Geen alcohol als desinfectie gebruiken.

Verzorging Flocare® G-tube

 

  • Zie verzorging Flocare® PEG na een geheelde fistel.

  • Check de ballon wekelijks (d.m.v. spuit ledigen en daarna vullen met water, zie voor aantal ml op inspuitpunt).

  • Indien de ballon stuk is of de sonde uitvalt, de sonde zo snel mogelijk en binnen de 4u vervangen door een gastrostomiesonde met dezelfde ch om te voorkomen dat de fistel zich sluit.

Controle Neussonde

 

Controleer de sonde bij elke handeling aan de neusmaagsonde (bijv. aanhangen nieuwe voeding, medicatietoediening etc.) visuele inspectie van het markeringspunt, de fixatie en indien mogelijk, de mond-/keelholte.

 

Doe een pH-meting altijd voor het starten van een nieuwe voeding en bij aanwijzing van mogelijke dislocatie:

 

  • Bij afwijkingen ten aanzien van het markeringspunt op de sonde (aantal cm). Controleer het markeringspunt op de sonde bij elke handeling aan de sonde en bijvoorbeeld na hoesten, niezen of braken.

  • Bij klinische verschijnselen (benauwdheid, blauwverkleuring van de huid, hoesten, pijn, ernstig ongemak, zweten, angst).

 

 

Trek met een spuit wat maaginhoud op. Meet hiervan de pH door middel van indicatorpapier. De sonde ligt in de maag als de pH < 5,5. Indien de pH > 5,5 moet de ligging door middel van een röntgenfoto worden gecontroleerd. Noteer de pH waarde in het patiëntendossier. Noteer ook indien er zuurremmers gebruikt worden. De sonde is zichtbaar door de 3 radiopaaklijnen. Spoel na de pH-meting de sonde door met minimaal 20-30 ml water.

 

Ranjatest9

Als geen aspiraat met een pH ≤5,5 verkregen wordt, kan bij patiënten die kunnen en mogen drinken een ’ranja-/limonadetest’ soms uitkomst bieden. Hierbij drinkt de patiënt enkele slokken van een drank met een lage pH (bijvoorbeeld aangelengde ranja). Wanneer kort daarop (> 10 seconden) opnieuw geprobeerd wordt de pH te bepalen is deze mogelijk wel ≤ 5,5.

 

Sondevoeding en geneesmiddelen

Voor een uitgebreide toelichting op het toedienen van medicatie via een neus-maagsonde verwijzen wij u naar de Landelijke multidisciplinaire richtlijn Neusmaagsonde. Het toedienen van medicatie aan patiënten met sondevoeding is op verschillende manieren mogelijk. Wanneer de medicatie via de sonde wordt toegediend, heeft het de voorkeur om het medicijn in vloeibare vorm te gebruiken. Medicatie voor kinderen is veelal vloeibaar, als druppels of zetpillen beschikbaar.

 

Indien de medicatie via de sonde wordt toegediend houd dan rekening met de volgende punten:

 

  • Voeg nooit geneesmiddelen toe aan sondevoeding.

  • Houd rekening met toedienen van geneesmiddelen op een nuchtere maag.

  • Controleer regelmatig het effect van de toegediende geneesmiddelen.

  • Spuit de voedingssonde voor en na toediening van elk medicijn door met 20-30 ml (lauw) water.