Wat is ondervoeding en sondevoeding?

Eten doen we iedere dag. Het hoort bij onze dagelijkse routine en is voor de meeste mensen vanzelfsprekend. Ons lichaam heeft voedingsstoffen nodig om goed te kunnen functioneren. Wat gebeurt er als de inname onvoldoende is?

Ondervoeding en sondevoeding

Wanneer iemand voor een langere periode onvoldoende voedingsstoffen binnenkrijgt raakt hij of zij ondervoed. Dit betekent dat diegene minder energie en voedingsstoffen binnenkrijgt dan nodig zijn om gezond te blijven.

Bij ziekte kan het extra lastig zijn om voldoende te blijven eten, omdat het lichaam dan juist meer energie nodig heeft en de eetlust vaak minder is. Daardoor neemt het risico op ondervoeding toe. We spreken dan van ziektegerelateerde ondervoeding.

Te weinig voedingsstoffen binnenkrijgen is niet goed. Het lichaam gaat dan spiermassa afbreken om in energie te voorzien, waardoor het lichaam verzwakt. Hierdoor ontstaat o.a. gewichtsverlies, lusteloosheid en herstel van ziekte gaat minder goed.

Vooral de afbraak van spieren is nadelig, omdat zij belangrijk zijn voor zowel beweging als de opslag van eiwitten. De spieren bevatten een grote eiwitvoorraad. Deze eiwitten zijn belangrijk voor allerlei processen in o.a. de organen, het afweersysteem en de bloedcellen. Wanneer uw kind ziek is, is het dus extra belangrijk om voldoende en eiwitrijk te eten. Daarnaast is (indien mogelijk) blijven bewegen belangrijk om het herstel te bevorderen.

Het kan zijn dat uw kind niet kan of mag eten, of dat zij of hij niet genoeg voeding binnenkrijgt met normaal eten. Dan kan sondevoeding (tijdelijk) ondersteuning bieden. Sondevoeding is een vloeibare volledige voeding die via een flexibel slangetje (de sonde) rechtstreeks in de maag of darm komt. Sondevoeding kan de normale dagelijkse voeding geheel vervangen, maar in sommige gevallen wordt het als aanvulling naast de normale voeding voorgeschreven.

Er zijn diverse sondevoedingen op de markt die alle voedingsstoffen bevatten die dagelijks nodig zijn, zoals koolhydraten, eiwitten, vetten, vitaminen, mineralen, water en meestal ook vezels. Welke soort sondevoeding uw kind krijgt ligt aan de persoonlijke situatie. De sondevoeding wordt door de diëtist of arts volledig aangepast aan de behoefte van uw kind.

Voor een goed herstel is het belangrijk om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen, het is van belang het voorschrift van de arts of diëtist nauwkeurig op te volgen.

Veelgestelde vragen

FAQ ondervoeding en sondevoeding

  • Wat is sondevoeding?

    Sondevoeding is een vloeibare voeding die via een flexibel slangetje (de sonde) wordt toegediend. De voedingsstoffen in sondevoeding zijn te vergelijken met normale voeding en worden dus ook op dezelfde manier verteerd. Sondevoeding bevat alle voedingsstoffen die uw kind per dag nodig heeft, zoals eiwitten, koolhydraten, vetten, vitaminen, mineralen en vocht.

  • Waarom is mijn kind aangeraden om sondevoeding te gebruiken?

    Sondevoeding zal aan uw kind worden voorgeschreven wanneer hij of zij door een behandeling, ziekte of operatie niet voldoende kan of mag eten. De sondevoeding zorgt er dan voor dat uw kind genoeg voedingsstoffen en vocht binnen krijgt.

  • Hoe kan sondevoeding mijn kind helpen?

    De reden waarom uw kind geadviseerd is te starten met sondevoeding is omdat hij of zij niet voldoende normale voeding binnenkrijgt. Dit kan komen door verschillende factoren, zoals bijvoorbeeld slik- of verteringsproblemen. Doordat uw kind voeding via een sonde krijgt, krijgt zijn of haar lichaam alle voedingsstoffen binnen die het lichaam nodig heeft.

  • Is sondevoeding veilig?

    Bij juist gebruik is sondevoeding zeker veilig. Het is belangrijk hygiënisch met sondevoeding om te gaan en de adviezen van uw zorgverleners goed op te volgen.

  • Wat moet ik weten voordat mijn kind met sondevoeding naar huis gaat?

    Voordat uw kind naar huis gaat is het belangrijk dat u begrijpt waarom uw kind sondevoeding krijgt en dat het de beste optie is voor hem of haar om dagelijks alle voedingsstoffen binnen te krijgen. Daarnaast is het belangrijk dat u training krijgt over het gebruik van en kennis over sondevoeding. Zorg ervoor dat u alle informatie heeft gekregen van uw zorgverlener voordat uw kind het ziekenhuis verlaat. Als u onvoldoende informatie heeft, kunt u hier zelf actief naar vragen. Wij adviseren om een lijst op te stellen met al uw vragen. Deze kunnen helpen het gebruik van sondevoeding te vereenvoudigen.

  • Hoe weet ik of sondevoeding de beste optie voor mijn kind is?

    Als u twijfels heeft, wees dan niet bang om (nogmaals) vragen te stellen aan uw zorgverlener. Wanneer de informatie niet voldoende voor u is kunt u het beste blijven vragen. Het is erg belangrijk dat u zelf goed op de hoogte bent van de mogelijkheden.

  • Zal mijn kind honger krijgen? Zal hij of zij zich vol voelen?

    Sondevoeding kan, net als normale voeding, een vol gevoel geven. Dit hangt ook af van de manier waarop de voeding wordt toegediend. Wanneer de voeding per portie toegediend wordt, kan uw kind mogelijk eerder honger krijgen dan wanneer hij of zij druppelsgewijs gevoed wordt.
    Wanneer uw kind minder sondevoeding gebruikt dan dat het lichaam nodig heeft, kan hij of zij honger krijgen. Wanneer uw kind dit over een langere periode heeft is het raadzaam contact op te nemen met uw diëtist die mogelijk de voeding zal aanpassen.

  • Wat kan mijn kind drinken wanneer hij of zij dorst heeft?

    Uw diëtist zal de juiste vloeistof aanraden en zal u adviseren wat te doen tijdens warm weer, ziekte of sporten. Of uw kind mag drinken of niet, en welke vloeistof hij of zij dan mag drinken, is persoonlijk. Raadpleeg hierover uw diëtist.

  • Kan mijn kind extra vitaminen en mineralen nemen?

    Overleg met uw zorgverlener indien u uw kind toch extra vitaminen en mineralen wilt geven.

  • Mag mijn kind stoppen wanneer hij/zij zich goed voelt?

    De rol van sondevoeding is het lichaam van uw kind de benodigde voedingsstoffen te geven om zijn/haar herstel te ondersteunen. Sondevoeding blijft noodzakelijk tot uw kind zelf weer voldoende normaal kan eten. Daarom moet u altijd met uw zorgverlener overleggen voordat u stopt met de sondevoeding.