Sondevoeding voor volwassenen

Starten met sondevoeding

Wanneer een patiënt niet meer kan, mag of wil eten en (te veel) is afgevallen of dreigt af te vallen, kan de behandelend specialist besluiten te starten met sondevoeding. Dit besluit kan direct bij opname of gedurende het verblijf in het ziekenhuis genomen worden. De diëtist in het ziekenhuis bepaalt welke sondevoeding het meest geschikt is: voldoet bijvoorbeeld een standaard sondevoeding met vezels of dient extra eiwit of energie te worden toegevoegd? Op basis van de individuele (voedings)behoefte en het gewenste gewicht, kiest de diëtist de juiste sondevoeding. 

De diëtist bepaalt daarnaast de duur van de sondevoeding en in overleg met de specialist op welke wijze de sondevoeding kan worden toegediend. Dit kan bijvoorbeeld via een neus-maagsonde of via een PEG-sonde in de maagwand (stoma). Is sondevoeding voor korte duur nodig (1 tot 3 weken) dan wordt meestal een neussonde ingebracht. Bij gebruik van sondevoeding voor langere duur (langer dan 2-3 weken) of voor onbepaalde duur, wordt over het algemeen voor een PEG-sonde gekozen.

Het is begrijpelijk dat de keuze voor sondevoeding u enigszins kan overrompelen, maar door goede voorlichting kunt u zich hierop goed voorbereiden. Wanneer u sondevoeding krijgt, weet u zeker dat u alle voedingsstoffen binnenkrijgt die u dagelijks nodig heeft. Stress rondom het normale eten is dan niet meer nodig. De arts of diëtist overlegt met u wat voor u de meest passende oplossing is.